Lezing Ds. Messemaker over thema 'Wie niet leert, verliest!’

Lezing van Ds Messemaker zoals hij deze heeft gehouden op onze toerustingsbijeenkomst in Putten

Ds. M. Messemaker houdt een lezing met als thema: ‘Wie niet leert, verliest!’
Hij vraagt zich af hoe hij iedereen aan moet spreken: ‘dames en heren’ is te afstandelijk; ‘geliefden’ is te intiem. Hij kiest voor ‘beste zondagsschoolvrienden’. Het thema ‘Wie niet leert, verliest!’ is een mooi thema, maar aan de andere kant ook weer niet: het geeft iets weer van ernst en scherpte. Ds. Messemaker begint met een verhaal over de Franse opperbevelhebber in de Tweede Wereldoorlog: Henri Giraud. Hij vocht in het begin van de oorlog (mei 1940) met zijn legeronderdeel in Noordoost Frankrijk tegen de Duitsers. Het Duitse leger was oppermachtig en Giraud werd gevangengenomen. Hij werd gevangengezet in Festung Königstein in Duitsland bij Dresden. Deze vesting lag op een steile rots. Naar de mens gesproken was er geen ontkomen aan. Maar hij zocht naar een manier om te ontvluchten. Twee dingen hielpen hem daarbij: hij was een geboren Fransman maar leerde tijdens zijn gevangenschap accentloos Duits spreken. Verder leerde hij de landkaart van de omgeving uit zijn hoofd. Op 17 april 1942 wist hij te ontsnappen met behulp van aan elkaar geknopte lakens met een lengte van 50 meter. Hij wist de Duitse wachten af te leiden door perfect Duits te spreken. Omdat hij de kaart van de omgeving kende, wist hij de weg naar de vrijheid te vinden.
‘Wie niet leert, verliest!’ Je zou ook kunnen zeggen: die blijft een gevangene van dood, zonde en hel. Denk aan het Doopsformulier: onze kinderen zijn in zonde ontvangen en geboren en daarom zijn ze aan allerhande ellendigheid, ja, aan de verdoemenis zelf onderworpen. Kijkt u zo wel eens naar de kinderen? Met bewogenheid, gevoel van urgentie, met diepe ernst? Kinderen hebben een Redder, een Verlosser, een Zaligmaker nodig. Ze moeten weten wat de routekaart is van de vrede: uit stad Verderf naar het hemels Sion. De kaart van de weg (de smalle weg) moet in het hoofd en in het hart gegrift worden. De kinderen moeten de taal leren: ze moeten het begrijpen en daarom ook vragen stellen. Kennis is nodig: de taal van God en Zijn Woord moet geleerd worden.
Vaak is de klacht dat de Bijbel moeilijk is, in welke vertaling dan ook. Giraud leerde het Duits door luisteren, oefenen, spreken en volhouden. Het betekende voor hem de weg naar de vrijheid. Waarom moeten de kinderen de taal van Gods Woord zo intens kennen? Omdat deze taal hen de weg der zaligheid aanwijst. Die taal moet hen eigen gemaakt worden. God legt de nadruk op kennis. Denk maar aan Mozes in Deuteronomium 6: de woorden moeten in je hart zijn, waar je ook bent. In onze tijd zegt men vaak: het moet om je hart gaan; verstandelijke kennis alleen is niet voldoende. Het moet een voet lager. Maar dan moet de kennis wel eerst in je hoofd zitten. Als er geen kennis is, kun je God niet kennen en ook jezelf niet.
In Romeinen 10: 17 staat de route van het geloof: door het horen van Gods Woord. Daar zit een leerelement in. Het geloof begint niet in en komt niet uit het hart van de mens. Het komt voort uit de bron van het Woord. Gods Geest werkt het door Gods Woord. Het komt dus niet uit de mens, maar van een andere kant: van Gods kant. Daarom ligt de nadruk op kennen: inscherpen, inprenten, inhameren. Daar is niks mis mee. Paulus schrijft in de Efezebrief dat de kinderen opgevoed moeten worden in de vreze des Heeren. Kennis komt niet vanuit de mens, maar vanuit het Evangelie, vanuit Gods Woord dat levend en krachtig is. Dat Woord moet overgedragen worden aan de volgende generatie.
Wat het leren betreft hebben we de wind niet mee: bij het nieuwe leren wordt de leerling verantwoordelijk voor zijn eigen leren. De juf/meester begeleidt alleen maar en het kind bepaalt mede wat hij/zij leert en wanneer. We hebben als tweede ook te maken met de belevingscultuur: we moeten iets als mooi en fijn ervaren. We moeten goede en fijne gevoelens bij iets hebben. Het moet aantrekkelijk zijn voor kinderen. De kinderen vormen de maat: hun gevoelens en hun emotie. Daar ligt een serieus risico. Niet wijzelf vormen de maat. Zijn we nog wel Bijbels bezig als we ons gevoel centraal stellen?
De Bijbel leert ons een andere ‘aanvliegroute’: we moeten beginnen bij Gods Woord. We vergeten de grote urgentie hiervan en zijn niet meer doordrongen van de grote ernst van het moeten overdragen van Gods Woord. Je moet beseffen dat je met zielen handelt en dat je niet zomaar een verhaaltje vertelt. We moeten de kinderen de weg der zaligheid vertellen, aanreiken en aanleren, zoals Paulus het in de Korinthebrief zegt: de schrik des Heeren beweegt de mensen tot het geloof. De kinderen moeten de diepe ernst van het oordeel van God weten, maar we moeten ook hoop wekken door te wijzen op Christus. In de Bijbel staat wat God aan je kwijt wil. Het kennen van het Woord is de wijze waarop God Zich kennen laat. Je leven hangt ervan af. Verliezen we deze ernst niet teveel? Paulus schrijft aan Timotheüs: u kent van jongs af de Schriften, die u wijs kunnen maken tot zaligheid. De weg der zaligheid en niet die van de gezelligheid!
In Psalm 78 gaat het over het doorgeven van de kracht en de wonderen: we mogen die niet verbergen. We moeten de woorden van God doorgeven aan het volgende geslacht: in al zijn compleetheid. De volgende generatie moet het ook compleet doorgeven. Daarom is de vraag: geef ik genoeg mee aan de kinderen als zondagsschooljuf/meester en als ouders? Alles wat we laten liggen, gaat in de volgende generatie verloren: het is kwijt en komt niet meer terug. God kan wonderen doen, maar God gaat Zijn gewone weg: door Zijn Woord. Daarom moeten wij dat Woord doorgeven: geheel en al. Daarom moet het leerelement een speerpunt blijven in het zondagsschoolwerk. Daarom door blijven geven: de loffelijkheden des Heeren. Natuurlijk helpt daarbij een goede leer- en lesmethode om de stof te verwerken. De kinderen mogen het ook fijn hebben, maar de focus moet liggen op de routekaart: om de weg van de vrede en ook de taal van het Evangelie te leren kennen. ‘Wie niet leert, verliest!’ In Hosea 4 staat dat het volk geen kennis heeft en daarom verworpen wordt. Kennis is van levensbelang, zodat het kind hoop krijgt en uitzicht krijgt: hopen op God en Christus. De kinderen moeten de route kennen naar het kruis van Golgotha, naar het graf (opstanding) , naar Hemelvaart en Pinksteren.
Psalm 25 zegt: Maak mij Uw wegen door Uw Woord en Geest bekend. Het is een wonder als kinderen Gods wegen leren kennen. We moeten met een open Bijbel de vertelling houden. Dan blijven we evenwichtig: wet en Evangelie; dood en leven; hel en hemel; zonde en genade. Daarom moeten we dicht bij de Schrift blijven, ook bij ons zingen. Daarom zingen we de psalmen, omdat het Gods Woord is en daarom ook evenwichtig. De psalmen vertolken de heiligheid en de heerlijkheid, maar ook de rechtvaardigheid en de barmhartigheid van God. Wanneer de psalmen worden losgelaten is het evenwicht weg, omdat de psalmen Gods Woord zijn. De psalmen zijn Gods eigen Liedboek. Als we die niet meer leren, verliezen we iets kostbaars, iets essentieels. We verliezen kennis, evenwicht en diepte. Liederen zijn niet geïnspireerd en zijn ook niet altijd evenwichtig. Waar kennis ontbreekt, gaat kennis verloren. Denk maar aan Jesaja 1. We moeten kennis overdragen. De Geest doet het en zal het doen. De Geest is krachtig aanwezig, dat is een bemoediging. Maar God schakelt wel mensen in om jongeren te raken en te inspireren. Tegelijk vraagt dit ook om persoonlijke kennis, om zelf ook de Heere te kennen. Hoe we anders de kinderen raken?
Corrie ten Boom zei eens: ‘Als Jan Piet over God wil vertellen, dan moet Jan God kennen èn Piet kennen.’ Hoe kun je kennis overdragen en kinderen raken? Alleen als je zelf aangeraakt bent met de kennis van God. Als er een vuur in je hart brandt, kan het overspringen en overslaan. Daarom mogen wij ook elkaar erover bevragen: Hoe zit dat bij jou? Als we kinderen bij de waarheid willen brengen, moeten we zelf ook kennis hebben. We moeten de kinderen bij God brengen. Iemand moet hen leren: in de eerste plaats de ouders en in de tweede plaats op de zondagsschool. Er staan geweldige beloften in Gods Woord. Giraud heeft twee jaar geleerd, maar zo is het ook bij de kinderen. Wie leert, die wint! Die winst is eeuwig.

 

Gerelateerde producten:

Terug

Deel deze pagina: