„Maak de kinderen niet bang voor God.” Dat advies gaf ds. K. Hoefnagel zaterdag mee aan de bezoekers van de landelijke toerustingsdag voor leidinggevenden van zondagsscholen.
De bijeenkomst in De Aker te Putten was georganiseerd door de Bond van Hervormde Zondagsscholen in samenwerking met het Landelijk Contact Jeugdwerk van de Christelijke Gereformeerde Kerken. Het thema was ”Als een kind vraagt”.
Ds. Hoefnagel, christelijk gereformeerd emeritus predikant in Sliedrecht, vertelt dat hij op zondag soms kinderpreken houdt, waarbij ook ouderen welkom zijn. „Het zijn geen kinderachtige preken. Je moet makkelijk preken en alles uitleggen.”
De predikant probeert dan over te dragen dat in de tijd van de Bijbel geen kind bang was voor de Heere Jezus. Hij vraagt de aanwezigen de kinderen niet bang te maken voor God. „De Heere Jezus zei: „Laat de kinderen tot mij komen.” Dat veel kerkmensen bang zijn voor God heeft te maken met een gevoel van zonde en schuld, maar het is niet nodig. Wie is er bang voor een God Die deze goddeloze wereld liefheeft? De duivel maakt ons bang voor God.”
Ds. Hoefnagel begrijpt het overigens wel. „We kunnen door onze zonde voor God niet bestaan. Maar”, zegt hij, „de Heere vertroost. Hij stuurde Zijn Zoon. De Heere Jezus wilde de dood sterven om zondige mensen te redden. Je bent toch niet bang voor een Redder?” De predikant vertelt dat hij zelf de liefde voor de Heere Jezus op de schoot van zijn moeder heeft meegekregen.
Als een kind zegt dat het veel van de Heere Jezus houdt, is het niet verstandig als de leidinggevende daarover met vragen komt, meent ds. Hoefnagel. Beter is het volgens hem dat deze juist een bemoedigend antwoord geeft.
Vragen
In zijn toespraak gaat de emeritus predikant in op vragen waarmee kinderen op de zondagsschool kunnen komen. „De vertelling uit de Bijbel kan vragen oproepen. Het is goed om bij de voorbereiding al na te denken over de vragen die kunnen komen.” Als voorbeeld noemt hij de geschiedenis van de bezetenen in Gadara uit Markus 5. „Ging het om een of twee bezetenen? En hoe kwam de genezene ineens aan kleren?”
Er zijn, aldus ds. Hoefnagel, ook onverwachte en algemene vragen die kinderen kunnen stellen. Hij noemt er een aantal: „Wie is God? Wat betekent het dat Christus mens en God is? Wat is een geest? Hoe kwam de duivel in het paradijs?” De predikant gaat op deze vragen in. Hij zegt erbij dat leidinggevenden niet altijd direct een antwoord hoeven te hebben, maar dat ze er ook later op terug mogen komen.
Toornig
Voorzitter ds. W.J.C. van Blijderveen opent de bijeenkomst vanuit Psalm 78:1-8. Hij stelt dat er twee belangrijke redenen zijn voor het doen van zondagsschoolwerk. De eerste is „omdat God het ons geboden heeft”. De tweede is „opdat de volgende generatie leren zal haar hoop op God te stellen”. Ds. Van Blijderveen: „Wat we doen op de zondagsschool heeft het gewicht van leven of dood, hemel of hel. We doen het in het besef dat er gewicht aan hangt en dat God beloofd heeft dat Hij door ons onderwijs heen wil werken.”
Tijdens een workshop zegt de hersteld hervormde predikant uit Kruiningen dat bepaalde vertellingen grote uitlegkundige problemen kunnen opleveren. Als voorbeeld noemt hij 1 Samuël 15, waar Saul de opdracht krijgt om de Amelekieten uit te roeien.
Als voorbeeld noemt hij of het opgeroepen godsbeeld van een toornige God niet strijdig is met dat van een liefdevolle en barmhartige God. Ds. Van Blijderveen: „God is ook rechtvaardig. Amalek was geen lief volk. Het had eens Gods volk aangevallen. Amalek kreeg tijd om tot bekering te komen. God had geduld met het volk, maar Hij strafte de zonde wel. Als er geen bekering plaatsvindt, houdt het op. Dergelijke geschiedenissen bewaren ons voor het beeld van een therapeutische, liefdevolle God Die ons op onze wenken bedient.”
Aan het einde van de bijeenkomst is er aandacht voor een tweejaarlijks project dat zondagsscholen in samenwerking met zendingsorganisatie GZB uitvoeren. Het gaat om een samenwerking met zondagsscholen van de Reformed Church of East Africa in Kenia. „Hierdoor leren kinderen ontdekken dat ze horen bij dezelfde wereldwijde kerk.”
Bron: RD